Burgemeester van Mechelen, Vlaams volksvertegenwoordiger en Fractieleider Vlaams Parlement

“Wat baten Bob en promille als men niet controleren wil?”

“In de plaats van de alcohollimiet verder te verlagen, zoals Hilde Crevits voorstelt, zou de overheid beter focussen op meer controles en dus een hogere pakkans. De cijfers in Mechelen bewijzen dat zo’n aanpak werkt.” Dat schrijft Mechels burgemeester Bart Somers (Open Vld) in een opiniestuk in De Standaard.

 

De promillegrens voor alcohol verlagen naar 0,2 promille, zoals Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V) voorstelt, zal het probleem van dronken rijden op onze wegen niet verhelpen. Het is een gedragsverandering bij chauffeurs die we nodig hebben. Die bereik je niet door eenmalig een nieuwe norm af te kondigen.

 

Gewoontes bijsturen vergt een veel grotere, volgehouden inspanning. Dat kan alleen met herhaalde ingrepen. Frequente alcoholcontroles dus. Niet de bovengrens van de toegelaten alcoholinname, maar de pakkans die nog steeds te klein is, is het probleem dat je moet aanpakken.

 

De mazen en het net

 

In Mechelen hebben we daar de voorbije tien jaar al met succes aan gewerkt. Met drie tot vier alcoholcontroles per week het hele jaar door zijn de mazen van het Mechels net zo klein geworden dat niemand – op een hardleerse minderheid na – er nog van uitgaat dat je er steevast tussen glipt. Het gevolg is dat chauffeurs in Mechelen hun gewoontes hebben bijgestuurd. Veel meer dan elders, waar de pakkans beduidend lager ligt.

 

Vooral de resultaten van de Bob-campagnes, die overal worden georganiseerd, laten een correcte vergelijking toe. De verschillen zijn frappant. Bijna een kwart (22 procent) van alle alcoholcontroles van de provincie Antwerpen wordt afgenomen in de stad Mechelen. Mechelen neemt daarmee 8,5 procent van alle alcoholcontroles in Vlaanderen voor zijn rekening!

 

De resultaten zijn navenant. Tijdens de Bob-controles 2012-2013 werd in Mechelen 1,69 procent van de chauffeurs betrapt op dronken rijden, terwijl álle provinciale gemiddeldes (ver) boven de 2 procent lagen. In Waals-Brabant zelfs boven de 5 procent. De link met het aantal controles is snel gelegd.

 

Mensen weten gewoon dat ze in Mechelen niet onder invloed van alcohol kunnen rijden, omdat de pakkans te groot is. Daar moet ook de rest van Vlaanderen, dat ver achterblijft op de Mechelse resultaten, naartoe. Dat de pakkans elders veel te klein is, blijkt ook uit een ander frappant cijfer: 62 procent van de chauffeurs die in Mechelen betrapt zijn op dronken rijden, woont zelf niet in Mechelen.

 

Niet sympathiek

 

Doorgedreven alcoholcontroles zijn natuurlijk geen allemansvriend. Op een kleine groep van mensen komt zo’n beleid niet sympathiek over. Wij zijn ons daarvan bewust, maar omgekeerd bestaat er toch een groot draagvlak voor bij een brede groep van de bevolking. Verkeersveiligheid is dan ook een belangrijk luik in het veiligheidsbeleid. Er sterven nog steeds veel meer mensen in het verkeer dan door criminaliteit.

 

We moeten op een verandering in de diepte mikken. Het uiteindelijke doel is uiteraard niet controleren op zich, maar levens redden, de samenleving veiliger maken. In tien jaar tijd zijn de Mechelse wegen effectief een pak veiliger geworden. In 2003 noteerden we nog 45 verkeersslachtoffers in de categorie doden en zwaargewonden. In 2012 waren er dat nog 27. Dat is een daling van 40 procent. En dat in een steeds drukker wordend verkeer.

 

Door de promillegrens nog te verlagen, verander je alleen de norm op papier, maar daarom niet het gedrag van mensen op het terrein. Als we onze wegen echt veiliger willen maken is het niet de promillegrens, maar wel de pakkans die telt.

 

Gepubliceerd in De Standaard op 23 januari 2014