Burgemeester van Mechelen, Vlaams volksvertegenwoordiger en Fractieleider Vlaams Parlement

Waarom lokale politiek tot grootste dingen in staat is

 

Zaterdag 29 april 2017 – vrije tribune over het overlijden van Benjamin Barber.

 

Met het overlijden van Benjamin Barber verliezen alle burgemeesters, en iedereen die zich voor het belang van de stad inzet, een passionele pleitbezorger. In onzekere tijden waarin grote wereldpolitiek de voorpagina’s beheerst, wil ik een lans blijven breken voor de rol van lokale politiek als verbindende factor die vertrouwen biedt.

 

De stad of gemeente wordt soms omschreven als het ‘laagste’ bestuursniveau. Ik spreek liever over het ‘eerste’ bestuursniveau: het is immers de plaats waar iedereen zich letterlijk thuis voelt. De stad is de plaats waar het leven van alledag vormt krijgt: waar we leven, werken, vrij zijn. Soms met veel mensen tegelijk in een ongelofelijke en groeiende diversiteit. Misschien wel de eerste en meest belangrijke taak van een  burgemeester bestaat erin dat samen leven mogelijk te maken op een heel tastbare manier. De concrete gevolgen van beslissingen zijn immers snel merkbaar.

 

Wanneer er verhalen verschenen over jongeren in Vlaanderen die beslissen naar Syrië te vertrekken, dan voelde ik meteen de nood om te weten hoe dat in mijn Mechelen zat en om concrete acties te ondernemen. Wachten op de Vlaamse of federale overheid kon ik niet. Of wanneer ik aan de schoolpoort hoorde dat er kinderen een lege brooddoos in de boekentas hadden zitten, dan maakte ik van kinderarmoede in mijn stad een prioriteit. Met nieuwe creatieve oplossingen, dingen die werken, een aanpak die het verschil maakt.

 

In zijn bejubelde boek ‘If mayors ruled the world’ legde Benjamin Barber uit dat net het verschil maakt tussen lokale en nationale politiek. Een burgemeester zit daar niet in de eerste plaats om abstracte ideeën uit te werken of ideologische scheidslijnen af te bakenen. Maar wel om concrete problemen van reële mensen op te lossen. Daarom werken lokale politici pragmatischer. Na verkiezingen zoeken zij naar wat burgers verbindt. Deze aanpak staat vaak haaks op de nationale politieke logica, die meer focust op ideologische profilering en progammatorische alternatieven. In het parlement of de regering zijn mensen en hun zorgen vaak abstract, een burgemeester wordt elke dag in de ogen gekeken. In de nationale politiek kan je scoren met muren en loopgraven, een lokaal politicus weet dat hij op de eerste plaats bruggen moet bouwen.

 

Benjamin Barber leerde ons dat globalisering ook het wezen van lokale politiek veranderde. Steden werden superdivers met mensen vanuit alle uithoeken van de wereld. En zij brengen nieuwe netwerken, andere perspectieven en ook uitdagingen mee. De rol van de stad als emancipatiefabriek, als plek waar sociale mobiliteit meer moet zijn dan een slogan, als ruimte van vrijheid en rechtvaardigheid komt steeds meer op de voorgrond. Hier worden een nieuw narratief geschreven, een nieuwe samenhorigheid gesmeed.

 

Zo ontmoette ik deze week lokale politici uit Libanon om te praten over de opvang van vluchtelingen. In Mechelen slagen we erin met veel voluntarisme 200 vluchtelingen op te vangen. Sommige van mijn Libanese collega’s worden evenwel geconfronteerd met tienduizenden mensen die op de vlucht zijn, een veelvoud van de eigen bevolking. Daar past enkel maar respect, maar er ontstaat ook een vorm van verbondenheid over de grenzen heen: dat ieder van ons een universele humanitaire verantwoordelijkheid heeft. Barber noemde dat met een prachtig woord interdependentie.

 

Eigenlijk moeten we durven vaststellen dat het hiërarchisch stelsel van de natiestaten en bureaucratische internationale instellingen voor een stuk verouderd is. Het draagvlak voor dit systeem brokkelt in ijltempo af. In een geconnecteerde samenleving zit de kennis vandaag overal en is ze horizontaal en evenwaardig aanwezig. Een idee of een visie opleggen werkt vandaag niet meer, tenzij men beroep doet op gevaarlijk populisme.

 

Komt er voor lokale politici meer dan ooit op aan om te coachen en zo weerwerk te bieden. Vandaar ook het belang van de participatieve democratie. De input van onderuit is evenwaardig aan die van de verkozenen en de administraties. Vandaag zijn burgergroepen en belangenverenigingen soms beter wetenschappelijk onderlegd en technisch uitgerust dan ambtenaren. Laat ons die kennis gebruiken. Hetzelfde zie je in de bedrijvenwereld, waar men steeds vaker afstapt van verticale structuren en waar de verantwoordelijkheid steeds vaker komt te liggen bij zelfregulerende teams. Mensen verbinden. Dat is het devies. Nationale overheden zijn daar nog niet aan toe.

 

Om die reden noemde Barber visionair het lokale niveau het beleidsniveau van de 21ste eeuw. Zijn inzicht heeft mij geïnspireerd om te pleiten om lokale besturen meer beslissingsbevoegdheid en ook financiële slagkracht te geven. Uiteindelijk weten zij vaak het best hoe concrete problemen en uitdagingen kunnen worden gecounterd vanuit een uitgebreide terreinkennis en brede kijk op de lokale situatie. Klimaatopwarming, migratie, kansenongelijkheid, stuk voor stuk domeinen waar steden het voortouw in kunnen nemen. Het laatste initiatief van Barber, om een wereldparlement van burgemeesters op te richten, zou dus wel eens de nieuwe hoop van onze democratie kunnen worden.

 

Bart Somers.

 

Download hier de vrije tribune.