Burgemeester van Mechelen, Vlaams volksvertegenwoordiger en Fractieleider Vlaams Parlement

Onderwijs en diversiteit

 

Vrijdag 10 maart 2017 – mijn vrije tribune rond onderwijs en diversiteit, en de ouderbetrokkenheid.

Onderwijs en diversiteit
We kunnen beter

 

Als we nu eens beginnen met de vaststelling dat het overgrote deel van de ouders het beste wil voor hun kinderen. En dat spreken over allochtone ouders een veralgemening is die ons weinig vertelt over concrete gezinnen in Vlaanderen. Met een beetje empathie begrijp je de verontwaardiging van een geëngageerde allochtone ouder die thuis Nederlands spreekt, het schoolse traject op de voet volgt en nu het gevoel krijgt dat ze in de hoek wordt geduwd. We moeten met andere woorden enorm opletten met groepsdenken. Omdat het te vaak mensen in de hoek plaatst waar ze niet thuishoren. Tegelijk kunnen we omwille van de politieke correctheid niet blind zijn voor de grote schooluitval van kinderen met een migratie-achtergrond. Dan zouden we hen in de steek laten.

 

We kunnen en moeten beter. Ik weet dat Hilde Crevits dat ook wil. Ze is net als velen (en net als ik) oprecht gefrustreerd is door die te grote schooluitval en die te kleine doorstroming naar het hoger onderwijs van mensen met een migratieverleden. De oplossing bestaat niet uit zwartepieten of verantwoordelijkheden naar elkaar door schuiven, maar net door ze samen op te nemen. We moeten allemaal meer inspanningen doen: én scholen, én overheid en ja: ook de ouders. Zo moeten scholen en overheid de (super)diverse realiteit als uitgangspunt nemen. Het welbevinden van alle kinderen, meer werken met rolmodellen en meer kleur in het lerarenlokaal en bij oudercomités,… Er valt hier veel te doen en nog meer te bereiken.

 

We moeten vooral de manier herdenken waarop we ouders betrekken bij de school. Vandaag bereiken we vooral zij die dat eigenlijk het minst nodig hebben. Terwijl ouders die ondersteuning kunnen gebruiken vaak de weg niet vinden. De redenen zijn niet eenduidig: drempelvrees, ontbreken van skills, grote culturele afstand, sociale kwetsbaarheid, onwetenheid,… Nochtans betekenen contacten met leerkrachten een wezenlijk verschil. Ze verschaffen inzicht in de noden van het kind, in wat men van ouders verwacht, welke verantwoordelijkheden thuis en welke in de klas liggen. Maar ook de school krijgt een beter beeld van de thuiscontext en de draagkracht van het gezin.

 

Die oudercontacten zijn dus cruciaal. En daarom maken we ze maar beter verplicht. De maatschappij investeert meer dan 12 miljard euro in onderwijs, dan mag ze van ouders vragen om twee, drie keer per jaar naar school te komen. Trouwens, als iedereen moet worden drempels automatisch lager. Die verplichte oudercontactavonden moeten ingebed worden in een permante en veelvuldige contactcultuur in de school, waar ouders en leraars veel vaker informeel met elkaar in contact komen. Bij het begin en einde van de schooltijd, op de speelplaats. Zodat vertrouwen groeit en deze relatie meer wordt dan het bespreken van problemen. Laten we ook een goede kennis van het Nederlands niet wegrelativeren. Ik ken evident succesvolle studenten die een andere thuistaal hadden, maar de praktijk leert bijvoorbeeld dat schoolmoeheid zich erg vroeg kan nestelen door een gebrekkige taalkennis. Ouders die hun kinderen goed willen bijstaan in hun schoolse loopbaan spreken best ook Nederlands. Want hoe lees je een rapport? Hoe kan je kinderen anders helpen en bijstaan bij huistaken ?

 

In mijn stad gooiden we het recent over een andere boeg. Samen met de twee netten praten we met een referentiegroep, een heterogeen panel van mensen uit de diversiteit. Vaak hoog opgeleid, geëngageerd en met linken naar het onderwijsveld. We vragen hen wat we moeten veranderen om de schooluitval drastisch terug te draaien. In mei krijgen we voorstellen. De debatten zijn hevig en intens, maar tegelijk doorbreken ze de polarisatie. Want betere resultaten boeken wordt een gedeeld project en ook een gedeelde verantwoordelijkheid. En zo worden allochtone kinderen ook onze kinderen.