Burgemeester van Mechelen, Vlaams volksvertegenwoordiger en Fractieleider Vlaams Parlement

Maneblussers zonder papieren

Gemeentes mogen de dienst vreemdelingenzaken adviseren bij regularisatie-aanvragen. Nu ik als burgemeester dit adviesrecht actief gebruik, komt er kritiek. Een merkwaardige reactie.

 

Gemeentes mogen de dienst vreemdelingenzaken adviseren bij regularisatie-aanvragen, dat staat in de rondzendbrief over regularisatie. Als burgemeester heb ik altijd gezegd dat Mechelen dit adviesrecht actief zou gebruiken. We hebben heel wat politionele en administratieve capaciteit ingezet om elk dossier ernstig te onderzoeken. En sinds december vorig jaar heb ik zelf vele uren geïnvesteerd in gesprekken met de dossierindieners.

Ik wil immers te weten komen of de aanvrager in staat is een elementair gesprek te voeren in het Nederlands. Wie geen enkel woord Nederlands spreekt of verstaat, kan niet ernstig beweren dat hij duurzaam verankerd is in Mechelen. En dat is nu net het wettelijke criterium om in aanmerking te komen voor regularisatie. Met andere woorden, (elementaire) taalkennis is het meest objectieve criterium om een duurzame lokale verankering te toetsen. Dit is alleszins veel meer waard dat de soms op standaardformuliertjes gefabriceerde ‘getuigenissen’ van mensen die beweren dat betrokkene hier al jaren verblijft.

 

Deze aankondiging van het onderzoek had op zich misschien al een effect op het aantal aanvragen. In Mechelen werden 358 dossiers ingediend, goed voor zowat 450 mensen. In verhouding veel minder dan bijvoorbeeld in Antwerpen. Dat is opvallend, want we zijn niet alleen een van de meest multiculturele steden van Vlaanderen, we liggen bovendien pal op de as Antwerpen-Brussel.

 

Inmiddels is een aanzienlijk deel van deze dossiers onderzocht en kunnenwe een eerste tussentijdse balans opmaken. De helft kreeg al in een eerste fase een negatief advies, omdat er sprake was van fraude of een criminogeen verleden, of omdat de betrokken niet wonen op het opgegeven adres. Van die andere helft heb ik ondertussen 139 mensen gesproken. Een vierde daarvan kreeg van mij een negatief advies, omdat ze totaal niet in staat waren Nederlands te spreken of te verstaan.

 

Ik heb de afgelopen weken nogal wat positieve reacties mogen ontvangen op deze aanpak. Wie de kat uit de boom keek sprak over een ‘merkwaardig initiatief’. Maar er waren natuurlijk ook kritische geluiden: is dit nu de taak van een burgemeester? Is hij wel bekwaam om taaltests af te nemen of hierover zelf een advies te geven? En hoe zit het met de objectiviteit?

Ik vind dit verbazend. De minister vraagt het advies van de burgemeesters en wanneer iemand dat ter harte neemt, worden sommigen zenuwachtig. Die reactie is nog merkwaardiger omdat diezelfde criticasters er geen moeite mee hebben dat scholen, OCMW’s en organisaties allerhande ook adviezen geven en dat allerlei mensen – buren, kennissen, familieleden – attesten en getuigenissen kunnen afleveren om het dossier te staven. Alleen aan het oordeelvermogen van burgemeesters wordt door hen getwijfeld. Terwijl een burgmeester dagelijks beslissingen moet nemen die ingrijpen in het leven van mensen, zoals het afleveren van vergunningen of het nemen van administratieve sancties. Zou het kunnen dat hier sprake is van enige selectieve verontwaardiging?

 

De keuze om deze gesprekken zelf te voeren is weloverwogen. Voor de betrokkenen gaat het om een fundamentele beslissing, bepalend voor hun verdere leven. Daar spring je niet lichtzinnig mee om. Ik wou die verantwoordelijkheid zelf dragen. En ik geef grif toe dat deze gesprekken het beeld van mijn stad – en bij uitbreiding van onze samenleving – verdiept en scherper hebben gesteld.

 

Op één middag een Russische vrachtwagenchauffeur, een Armeense ingenieur, een Marokkaanse moeder, een Chinese student, een Braziliaanse paramedicus, een Ghanese muzikant, een Syrische christen en een Congolese journalist over de vloer krijgen waarmee ik bovendien een stad deel, is overrompelend. Je kan niet anders dan afvragen waarom deze mensen nu net naar Mechelen komen. En inderdaad, er zit ook een wereld van verschil in die antwoorden. Verhalen van mensen die moe zijn, op, met littekens op hun huid, maar ook achter hun ogen. Maar ook van mensen die niet opgeven, ondanks alle moeilijkheden en miserie. Mensen met een onverwoestbare, positieve energie. En met een waanzinnige creativiteit om te overleven.

 

Ik was aangenaam verrast over de inspanningen die velen deden om zich onze taal eigen te maken. Opvallend veel mensen beseften dat het spreken en verstaan van Nederlands een onmisbare hefboom is om een betere toekomst te veroveren. Taalcursussen hebben echt effect en maken in het leven van die mensen een fundamenteel verschil. Dat de Vlaamse regering wachtlijsten voor taalcursussen laat bestaan, is gewoon dom.

 

Soms had ik de krop in de keel. Door dat Tsjetsjeense gezin bijvoorbeeld, dat hier al tien jaar leeft. Afkomstig uit een door oorlog verwoest land. Moeder is dierenarts, vader ingenieur en de kinderen gaan hier naar school, sommige zijn hier geboren. En al die tijd zonder papieren. Straatarm, overleefd op solidariteit en ongetwijfeld zwartwerk. Nooit problemen gehad met politie. Vernederd door het leven, maar als leeuwen vechtend voor hun kinderen. Mechelaars, maneblussers zonder papieren.

 

Natuurlijk heb ik ook misbruiken gezien, soms echte onwil tot integratie. Mensen die beweren hier al jaren te verblijven, maar die niet in staat zijn om letterlijk één woord Nederlands of Frans te spreken. Marokkaanse gasten die zeggen dat ze hier al jaren wonen, perfect Nederlands spreken, maar wel met een uitgesproken Amsterdamse tongval. Chinezen die geen enkele mij bekende Europese taal spraken, waarbij je dan spontaan aan mensenhandelslachtoffers denkt.

 

Wij gaan onze adviezen overmaken. 150 tot 200 mensen krijgen een positief advies, dat is zowat veertig procent. Ik maak mij sterk dat de meerderheid ervan binnen de zes maanden nadat ze papieren hebben werk zullen hebben. Zelfs in deze crisistijd. Dit wordt geen aanslag op het budget van het Mechelse OCMW. Daarvoor heb ik te veel veerkracht, te veel energie, te veel ondernemerschap bij hen gezien.

 

Ik reken erop dat de staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid, Melchior Wathelet (CDH), onze adviezen ernstig neemt. Hij beslist natuurlijk autonoom, zo schrijft de wet het voor. Maar ik ga zijn beslissingen opvolgen, subsidiariteit begint bij verantwoording. Hij heeft zeker het voordeel van de twijfel. En wie afgewezen wordt, dient op een humane manier begeleid te worden naar zijn land van herkomst. Want anders is deze oefening een maat voor niets. Ook daar is er werk op de plank voor de regering.