Burgemeester van Mechelen, Vlaams volksvertegenwoordiger en Fractieleider Vlaams Parlement

Confederalisme is het probleem, niet de oplossing

We moeten België ombouwen tot een federale staat. Een confederaal model leidt tot nog meer blokkering.

 

Ben Weyts (N-VA) zegt dat zijn partij een confederale staatsstructuur nastreeft, en dat er geen draagvlak is voor een onafhankelijk Vlaanderen. Weyts nam zijn bocht in het kader van het debat over onze staatsstructuur, een debat waar men elkaar graag doodknuppelt met termen als federalisme en confederalisme. Vaak worden die gebruikt alsof het wetenschappelijke formules zijn, terwijl het eigenlijk vage etiketten voor vaak heel uiteenlopende staatssystemen zijn. Ook in ons programma staat de term, zonder uitleg wat we precies bedoelen.

 

Buitengewoon hoogleraar constitutioneel recht André Alen (KU Leuven) heeft het er bij ons juristen-in-spe destijds nochtans ingehamerd: ‘Elk federalisme – en ook elk confederalisme – is er één sui generis’. Met andere woorden, een uniek systeem, meanderend tot stand gekomen in de geschiedenis van een specifiek land.

Vandaag bevat onze staatsstructuur al verrassend veel confederale kenmerken. Een paritaire regering is in essentie een confederaal concept. Net als het feit dat wetten en decreten een gelijke rechtskracht hebben en geen hiërarisch verband kennen. Ook het Overlegcomité is een confederaal instrument. Dat federale parlementsleden zich tot een taalgroep moeten bekennen: confederaal.

 

Maar de echte vraag is natuurlijk: hoe willen we verder ? Ik ben er niet van overtuigd dat meer confederalisme de belangen van de burgers beter dient. Het confederalisme dat doorheen de jaren in ons model geslopen is, leidt net tot al die blokkeringen. Het versterkt de frustratie dat we ‘twee democratieën in één land zijn’.

 

Misschien is er net nood aan wat minder confederalisme en meer good old federalisme. Vandaag heeft Vlaanderen al tal van bevoegdheden en dat is een goede zaak. Waarschijnlijk komen er daar in de toekomst nog bij. De taakverdeling tussen federatie en deelstaat is nooit definitief. Maar net als in andere federale landen zou op het Belgische niveau het gewone spel van meerderheid en oppositie moeten spelen. Waarbij een meerderheid in de Kamer een meerderheid is. Waar ideologische verschillen de dienst uitmaken, niet de taalaanhorigheden.

 

Als Vlaamse meerderheid zouden we meer moeten inzetten op hervormingen die het gewone democratische meerderheidsprincipe op federaal vlak erkennen. Zouden we onze energie niet gebruiken om de grendels weg te werken die sinds 1963 in ons systeem werden ingebracht? Als bijvoorbeeld socialisten en christendemocraten een meerderheid hebben, moeten zij een regering kunnen vormen, ongeacht hun sterkte in de taalgroepen. Desnoods met een overgrote meerderheid ministers uit één taalgebied. Belangrijk is niet hun geografische, maar wel hun ideologische aanhorigheid.

 

Dit is een offensieve en tegelijk constructieve benadering. Waar een pleidooi voor meer federalisme stoelt op een zelfbewust meerderheidsdenken, vertrekt een confederaal pleidooi vanuit een angstig minderheidsgevoel. Wanneer gooien we dat complex trouwens eindelijk af?

Een confederaal model dreigt nog meer te blokkeren. Alles wat gemeenschappelijk blijft moet immers onderhandeld worden, met wederzijds vetorecht. De boel zou snel uiteenvallen, wat Weyts en co op het einde van de rit graag zien gebeuren. Naast een eindeloze discussie over de splitsing, het onvermijdelijke verlies van Brussel en de zware terugslag van onze welvaart, is dat vooral een zwaktebod in een eeuw waar samenwerking in grote federale verbanden onafwendbaar is.

IJveren voor echt federalisme is een nieuwe aanpak die debat verdient. Gemakkelijk zal het niet zijn om ons land tot zo’n federale staat om te bouwen. Sommige Franstalige partijen zullen zich hiertegen verzetten. Maar is dat anders op het heilloze pad naar een confederalisme à la Weyts, dat onvermijdelijk in separatisme eindigt?

 

Gepubliceerd in De Standaard, 5 januari 2013