Burgemeester van Mechelen, Vlaams volksvertegenwoordiger en Fractieleider Vlaams Parlement

Antwoord op de Open Brief van Mo* journaliste Tine Danckaers

 

Dinsdag 8 augustus 2018

 

Beste Tine,

 

Mag ik u eerst en vooral danken voor uw brief. Het verheugt mij dat je zelfs op de warmste momenten van het jaar blijk geeft van een grote betrokkenheid bij onze stad. Trouwens, ik vind het fijn dat je mij bij mijn voornaam noemt. Ik heb mij de vrijheid genomen dat ook te doen. Hopelijk neem je mij dat niet kwalijk.

 

Ik heb de eer al 18 jaar burgemeester te mogen zijn van mijn geboortestad. Dat is een groot deel van mijn professionele loopbaan. Bovendien is het meer dan een job: het is een engagement en een passie. Anders hou je dat niet zo lang vol. De drijfveer kreeg ik van thuis mee, van mijn vader die opgroeide op de sociale woonwijk Oud Oefenplein en mij inpeperde dat mensen die kansen krijgen een morele verantwoordelijkheid hebben tegenover anderen.

 

Als burgemeester ben ik er op de eerste plaats voor de kwetsbare mensen in de stad. Zij zijn mijn spiegel als ik mijn werk evalueer. Een stedelijke gemeenschap is maar zo sterk als haar zwakste schakel. Voor mij telt elke Mechelaar. De betrokkenheid en de verontwaardiging – die doorklinkt in uw open brief – herken ik. Voor 100 %. De dag dat miserie mij niet meer raakt, onrecht mij niet langer opstandig maakt stop ik met mijn politiek werk.

 

U geeft mij heel wat pluimen, maar ook kritiek. Als die kritiek erin bestaat dat we meer kunnen doen, dat het nog beter moet, dan ben ik het daarmee volkomen eens. Er zijn in onze samenleving nog teveel kansarmen, nog teveel mensen die wachten op een betaalbare woning, die leven in penibele omstandigheden. Daarom zal de Stadslijst – je weet wel die unieke Mechelse bundeling van krachten tussen Open VLD, Groen en de onafhankelijke stadsgenoten – met een hele reeks voorstellen komen om van onze stad een nog sterkere kansenfabriek te maken. Met de ultieme ambitie dat niemand uit de boot valt.

 

Vragen dat we nog meer doen ? Akkoord. Maar beweren dat we de voorbije jaren vooral hebben ingezet op het aantrekken van bemiddelde tweeverdieners en anderen in de kou lieten staan is niet alleen feitelijk onjuist, maar net het omgekeerde van wat zich hier in Mechelen heeft afgespeeld. De strijd tegen armoede is voor het Mechelse stadsbestuur een absolute prioriteit. En we maken het verschil, niet met oude recepten die vaak niet werken maar met een nieuwe en creatieve aanpak.

 

Toen ik in 2000 burgemeester werd – na vele jaren socialistisch beleid – was de kinderarmoede in Mechelen na Antwerpen de hoogste van de 13 centrumsteden. Vandaag is die het derde laagste. In geen enkele andere stad daalde in die periode de kinderarmoede, alleen bij ons. Ik zeg dat niet, maar de studiedienst van Kind en Gezin. Vandaag is die kinderarmoede in een superdiverse arbeidersstad als Mechelen zelf niet hoger meer dan het Vlaams gemiddelde.  Dat is – laten we dat maar even zeggen – een prestatie om u tegen te zeggen. Want belangrijke hefbomen bevinden zich niet op het stedelijke maar Vlaamse en federale niveau. En natuurlijk is elk kind dat nog in armoede leeft er één teveel. We mogen ons niet in slaap laten wiegen. Weet je, Tine, voor mij is armoede trouwens geen statistiek. Het is een gezicht. Ik ken die mensen, soms zelfs van meer dichtbij dan je vermoed. Ik zoek ze op, om mijn menselijke band met hen sterk te houden. Om mij te confronteren en te motiveren beter te doen.

 

Die persoonlijke betrokkenheid zorgt ervoor dat we nieuwe, orginele projecten uit de grond konden stampen, die een echt verschil maken in het leven van mensen. Zo werd ons GO-project, waarbij we kansarme ouders heel aanklampend opvolgen en uit de armoede tillen, in 2017 bekroond door het Armoedefonds van de Koning Boudewijnstichting. En in datzelfde jaar kreeg het Sociaal Huis, samen met vzw Cachet en de vzw Emmaüs de federale prijs voor armoedebestrijding voor een project waarbij we jongeren uit de bijzondere jeugdzorg begeleiden wanneer ze plots op eigen benen moeten staan. Daar is hij weer met zijn prijzen, hoor ik je denken. Mij gaat het niet om de beker, maar wel om het verschil dat we maken. En als objectieve buitenstaanders oordelen dat we echt wel innoverend werken, dan mag ik ervan uitgaan dat objectieve journalisten zoiets ook erkennen. Zeker als we systematisch als voorbeeld worden vermeld, zoals onlangs nog in een inspiratieboek armoedebestrijding voor lokale besturen van de federale overheid waar Mechelen het meest van alle Vlaamse steden in voorkwam.

 

Mag ik je nog een cijfer geven ? Volgens de Vlaamse stadsmonitor lag in 2008 het aantal Mechelaars met een overmatige schuldenlast boven het gemiddelde van de Vlaamse centrumsteden, in 2016 eronder. In alle steden steeg het aandeel mensen met een overmatige schuldenlast, alleen (sic) in Mechelen daalde hun aantal. Ook het aandeel mensen met een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering lag in 2008 boven en nu onder het gemiddelde van de centrumsteden. En Tine, we doen dat in een van de meest superdiverse steden met dus potentieel veel kwetsbare mensen.

 

In uw open brief sprak je vooral over de stijgende kostprijs van wonen. Terecht, want dat is een fenomenale uitdaging. En alle overheden hebben hier een verantwoordelijkheid, ook de lokale. Maar als ik uw artikel lees lijkt dit wel een Mechels probleem, terwijl die stijging van de woningprijzen zich in alle steden voordoet. Weet je dat in Antwerpen, Gent, Brugge, Hasselt en Leuven woningen duurder zijn dan bij ons ? En weet je dat de gemiddelde woning in Mechelen in 2016 nog altijd 10.000 euro goedkoper is dan het gemiddelde van de centrumsteden. Exact evenveel goedkoper dan in 2008 ? En dat ondanks het feit dat Mechelen een van de snelst groeiende steden is ? Dat tovert het probleem niet weg, maar plaatst het wel in een correcter daglicht. Wonen wordt duurder, omdat de overheden (terecht) vragen dat men duurzamer bouwt en dus strengere regels opleggen. En omdat de bevolking heel snel groeit en gezinnen verdunnen. Tegen 2035 komen er in Vlaanderen nog meer eens 600.000 mensen bij. Er zijn dus grote woonbehoeften en die moeten overheid en private sector proberen op te vangen. Een ietwat meer complex vraagstuk dan alleen maar “minder bedeelden in de kou laten staan”.

 

Weet je dat Mechelen, samen met Aalst, historisch het meeste aantal kleine (arbeiders)woningen heeft ? Maar liefst 23% van het Mechelse woningarsenaal is kleiner dan 65 vierkante meter. Het aanbod aan bescheiden woningen in Mechelen is in verhouding met andere steden net sterk aanwezig. Bovendien is de gemiddelde grootte van de nieuwbouwwonignen de afgelopen jaren stelselmatig verminderd. Dat is één van de manieren waarop de kostprijs van nieuwe private woningen beheersbaar kan blijven. Evident zonder aan kwaliteit in te leveren.

 

En dan is er de sociale woningbouw. Er staan in Mechelen – net als in de rest van Vlaanderen – teveel mensen op de wachtlijst voor een huurwoning, zeg je terecht. Waardoor gezinnen soms in minderwaardige en soms zelfs mensonwaardige appartementen moeten leven.

 

Wel, dat was exact de toestand die ik aantrof in het Mechelse sociale huisvestingsmaatschappij toen ik in 2001 burgemeester werd. Een inspectierapport bij het begin van mijn bestuusperiode zei dat maar liefst 1500 Mechelse sociale woningen – zowat de helft – absoluut niet beantwoordde aan de Vlaamse wooncode: insijpelend vocht, schimmel, gevaarlijk bloot liggende electrische draden. Dat ik ze als burgemeester eigenlijk onbewoonbaar had kunnen verklaren. Het gevolg van jarenlang wanbeheer en minachting voor de huurders van die maatschappij. Ik herinner mij de situatie, want nogal wat van mijn ooms en tantes woonden in zulke woningen. De sociale huisvestingsmaatschappij was – na jarenlang socialistisch bestuur – de grootste huisjesmelker van de stad.

 

Daarom maakten we van het vernieuwen van onze sociale woningen een absolute prioriteit gemaakt. Omdat de wet mij ertoe verplichtte, maar meer nog uit respect voor de mensen die er moeten wonen. Sindsdien hebben we op een schaal die geen enkele stad ons nagedaan heeft geinvesteerd. We hebben de voorbije jaren 209 miljoen euro ingezet op betaalbaar wonen. Op tien jaar tijd hebben we 1.266 woningen gebouwd of vernieuwd, momenteel zijn er nog 200 in uitvoering en 284 in de pijplijn. Tel daarbovenop nog 23 miljoen voor heraanleg en vernieuwing van het openbaar domein in de sociale woonwijken. Zo werden bijvoorbeeld Otterbeek en Oud-Oefenplein volledig vernieuwd.

 

Wat de Gandhiwijk betreft: je zou er toch eens moeten gaan kijken dan zal je zien wat je schrijft gewoon onjuist is. Meer dan de helft is al vernieuwd, de waardeloze appartementen uit het verleden worden volop vervangen door kwaliteitsvolle nieuwbouw. Binnen drie jaar is alles er vernieuwd. Een modelwijk waar Mechelen fier op kan zijn: verkeersluw, met 500 extra grote bomen, moderne en duurzame woningen voor alleenstaanden, koppels, oudere bewoners, jonge en grote gezinnen (tot 6 slaapkamers).  En ook in verband met grote gezinnen sla je de bal toch even mis, Tine. Ga eens kijken op het Oud Oefenplein, rond die prachtige nieuwe speeltuin, aan dat spiksplinternieuwe dienstencentrum met bijhorende jeugdwerking en aan die gloednieuwe sporthal: daar staan allemaal huizen die speciaal op maat van grote gezinnen worden gemaakt. Trouwens, een stad kan daar niet zomaar zelf over beslissen. Ze moet dat doen op basis van woonbehoefteplannen en in overleg met de Vlaamse overheid.

 

Onze inspanning inzake sociale woningbouw is zonder overdrijven indrukwekkend, Tinne,  en ik denk dat je dat ook weet. Geen enkele stad doet ons dat na. Op deze schaal werd nog nooit in de geschiedenis van onze stad in sociale woningbouw geinvesteerd. Maar als je alleen maar bedoelde: doe zo verder en er moet meer gebeuren want we zijn er nog lang niet, dan ben ik het weer 100 procent met je eens. En dat zijn we met de Stadslijst ook van plan. Want eens de renovatiegolf achter de rug is gaan we voluit bouwen aan nieuwe sociale huurwoningen. De volgende renovatiegolf (vanaf 2020) is in volle voorbereiding: nog maar eens 619 woningen voor 96 miljoen euro. Deze noodzakelijke renovatiegolf die van ongeschikte, verkrotte en soms zelfs gevaarlijke huizen terug respectabele woningen maakt heeft tijdelijk een negatieve impact op de wachtlijst. Maar wie is daarvoor verantwoordelijk, Tinne ? De bestuurders van vandaag die de boel op orde zetten en renoveren of de politici van gisteren die decennialang alles lieten betijen en lieten verslonsen ?

 

En hoe zit dat nu met die tweeverdieners ? Wel, als ik uw brief lees lijkt het wel dat we moeten kiezen. Ik geloof daarentegen dat ze allebei in Mechelen thuishoren: zowel de middenklasse als meer kwetsbare burgers. En ja: tweeverdieners en werkende jonge gezinnen zorgen voor het financiele en sociale draagvlak in Mechelen. Ze betalen meer belastingen, geld dat we kunnen gebruiken voor een straf armoedebeleid. Maar ze doen meer. Enkele jaren geleden onderzocht de Koning Boudewijnstichting twee kansarme buurten in Mechelen – Begijnhof/heembeemd en Heihoek – waar nogal wat tweeverdieners zijn komen wonen. Volgens dat rapport waren die nieuwkomers de facto onbetaalde sociale werkers. Ze hebben immers de kennis om een buurtfeest te organiseren en mensen uit het isolement te halen. Ze zetten de noden van de buurt op de politieke agenda. Ze bouwen een sterker sociaal netwerk, helpen hun buren op talv an manieren, bijvoorbeeld bij administratieve rompslomp. Ze ondersteunen spontaan het schoolse traject van buurkinderen. Dat zorgt inderdaad voor opwaartse sociale mobiliteit, meer kansen, positieve rolmodellen. Daarom dat we zo hard inzetten op samenleven en het voorkomen van segregatie. Opdat mensen het beste in elkaar kunnen naar boven halen.

 

Tine, misschien is er wel één ding waarin we verschillen. Ik geloof dat armoede geen fataliteit moet zijn, dat mensen vooruit kunnen geraken. En zo een groter inkomen kunnen verwerven, wat helpt om een woning te kopen of te huren. Ik heb dat gezien, talloze keren. Mensen die werk vinden of een diploma halen, die uit hun isolement breken en hun moeilijkheden overwinnen. Daar ligt de taak van de overheid, om samen met het middenveld en met alle mensen van goede wil niemand achter te laten, mensen sterker te maken, bij de hand te nemen indien nodig. Vanuit het besef dat we allemaal kwetsbaar zijn. Dat we allemaal wel eens vallen, tegenslag hebben. En sommigen zullen hun leven lang steun nodig hebben en een stad moet bereid zijn die te bieden. Niet op een paternalistische manier, maar steeds zoekend naar het beste in elk van ons, vanuit de overtuiging dat we allemaal talenten hebben.

 

In Mechelen neemt het gemiddeld inkomen nu sneller toe en de werkloosheid daalt sneller dan in Vlaanderen. Mechelen staat terug recht. En dat is de verdienste van tal van stadsgenoten. Dat succes mag ons niet in slaap wiegen. Integendeel: mij motiveert het om nog meer te doen. Want eens je gezien hebt dat een verschil maken kan, smaakt dat natuurlijk naar meer.

 

Genegen,

 

Bart