Burgemeester van Mechelen, Vlaams volksvertegenwoordiger en Fractieleider Vlaams Parlement

Strijd tegen radicalisering: cruciale rol voor lokale overheden

 

Donderdag 16 juni 2016 - Vandaag stelt Bart Somers, vicevoorzitter van de ALDE Groep in het Comité van de Regio’s (CvdR) en Burgemeester van Mechelen, zijn advies met beleidsaanbevelingen “de strijd tegen radicalisering en gewelddadig extremisme: mechanismen voor preventie op lokaal en regionaal niveau” voor aan de plenaire zitting van het CvdR. Met dit advies neemt Somers het voortouw in het bepalen van een Europees beleid inzake het bestrijden van radicalisering..

 

Het Comité van de Regio’s is een Europese instelling die lokale en regionale EU-overheden inspraak geeft binnen de EU in de uitwerking van EU-wetgeving die regio’s en steden aanbelangt Bij aanvang van het nieuwe mandaat van het Comité, werd het bestrijden van radicalisering als één van de belangrijkste prioriteiten naar voor geschoven. Ik werd daarbij  aangesteld als rapporteur en men vroeg mij het initiatief te nemen een Europees stedenbeleid tegen radicalisering uit te tekenen. . In mijn stad, Mechelen, hebben we immers enkele jaren geleden al de eerste tekenen van radicalisering bij jongeren ontdekt.  Mede dankzij een sterk netwerk hebben wij snel kunnen ingrijpen

 

Op het moment dat ik het advies begon uit te schrijven vond de massale schietpartij in Parijs plaats. In maart  dit jaar gevolgd door de aanslagen in Brussel.  Deze aanslagen tonen de noodzaak aan van een betere uitwisseling van kennis en ervaringen. Er zijn geen silver bullets die het radicaliseringsprobleem in één schot oplossen. De strijd tegen radicalisering is er een van lange adem. Ik pretendeer hiermee geen sluitende oplossing te hebben die kan voorkomen dat mensen kiezen voor totalitaire ideeën, maar we kunnen wel proberen de drempels hoger te maken.

 

In mijn advies leg ik vooral de nadruk op het preventieve luik. Omdat daarin de sterkste instrumenten liggen voor lokale besturen Vanuit het besef dat radicalisering zeer gelijke kenmerken vertoont met wat we bij sekten zien. Eenmaal verduisterd door een idee is het moeilijk om iemand daar nog van af te wenden. Het loopt ook hand in hand met een proces van isolering, wat het bereiken van zulke ‘slachtoffers’ nog moeilijker maakt. In een wereld waar veel aanbod, diversiteit en verwarring is, werkt een simplistisch zwart-wit-visie aantrekkelijk. Het aanbod van extremisten die van zero’s hero’s maakt wekt interesse. Daarom is het belangrijk dit proces vroegtijdig te stoppen. En daarom is het lokale bestuur zo cruciaal in zijn deradicaliseringsbeleid. Zij en zij alleen kunnen een inclusief netwerk opbouwen waarbij het simpele zwart-wit verhaal zo doorprikt wordt.

 

Ieder van ons draagt meerdere identiteiten met zich mee. Dat van vader, zus, leerling, moslim, Belg, Marokkaan, enz. De kerntaak van een stad ligt erin een gemeenschappelijke deler te creëren. Een identiteit waar iedere inwoner zich in thuis voelt, zich mee verbonden voelt. Daarvoor is een nood aan een open identiteit. Een stad die het vertrouwen heeft van haar inwoners. Dat onderling vertrouwen komt er niet door in segregatie van elkaar te leven. Het is juist door met elkaar te leven dat er in de plaats van een groep een individu tevoorschijn komt. De ghettorisering van bepaalde buurten zorgt niet alleen voor een gevoel van wetteloosheid maar ook van  verstoting. Wanneer er grijze zones ontstaan, buurten waar de rechtstaat niet meer werkt, die verloederen en waar drugdealers de plak zwaaien, wordt een submaatschappij gecreëerd die de ideale rekruteringsbodem vormt voor een anti-beleid. Daarom moet een stedelijk beleid ook daar voor veiligheid zorgen en de zwaksten beschermen. Tegelijk moeten we in die buurten ook investeren in leefbare woningen, een kwaliteitsvolle open ruimte, degelijke scholen, jobs

 

Mensen moeten trots kunnen zijn op de buurt waarin ze leven, het gevoel hebben dat ze even goed deel uit maken van de gemeenschap. Deze vormen van ghettorisering kan op het lokale niveau tegengegaan worden door investeringen in de sociale infrastructuur, maar nog meer door het creëren van gelijke kansen. Een sterk beleid tegen uitsluiting en discriminatie is dan ook cruciaal. Niet alleen omdat het deel uitmaakt van onze fundamentele Europese principes maar ook omdat het de opwaartse sociale mobiliteit belemmerd. Deze mobiliteit is nodig om mensen verder te empoweren. Er is geen één op één relatie tussen uitsluiting en discriminatie, maar in achtergestelde buurten of groepen is de kans op aliënatie groter. Daar ligt de boulevard open voor vijandschap tegen de overheid, de samenleving waar men inzit, en dus kunnen extremisten gemakkelijker rekruteren.