“Schietpartij met Kalasjnikovs is geen fait divers”
3 februari 2010 - “Ik begrijp niet dat een burgemeester een schietpartij met Kalasjnikovs afdoet als een fait divers.” Dat zei Mechels burgemeester en Kamerlid Bart Somers tijdens een interpellatie in de Commissie Binnenlandse Zaken. In zijn tussenkomst toonde hij zich verontwaardigd over de houding van enkele Brusselse burgemeesters en rechters.
Hieronder leest u de letterlijke tussenkomst van Bart Somers.
“Dit is een fundamenteel debat, want het waarborgen van de veiligheid is een van de essentiële overheidstaken. Veel mensen maken zich terecht zorgen. Een van de voorstellen is het streven naar één politiezone in Brussel. Hier zijn logische voordelen aan verbonden, maar het is niet de kern van het probleem.”
“Die ene politiezone kan wel een bijdrage leveren tot de veiligheid in Brussel, maar ik heb mij enorm geërgerd aan een aantal uitspraken en de benadering van een enkele Brusselse burgemeesters. Burgemeesters spelen in het politie- en veiligheidslandschap een centrale rol. Nog belangrijker dan de vraag hoe de politiezone eruitziet, is de vraag hoe de politie georganiseerd en ingezet wordt.”
“In Brussel zijn er op dit punt verschillende soorten burgemeesters. Ik begrijp niet dat een burgemeester een schietpartij met Kalasjnikovs afdoet als een fait divers. Wat is een auto- en woninginbraak, handtasdiefstal of steaming dan nog? Ik vind de banalisering van het probleem bijzonder ernstig. Is het ideologische verdwazing of struisvogelpolitiek?”
“Het is alleszins onverantwoord en asociaal, want de zwaksten in de samenleving zijn de grootste slachtoffers van de stijgende criminaliteit en het geweld. Het is verbijsterend dat een aantal Brusselse burgemeesters inzake veiligheid een defaitistische houding aanneemt in plaats van hun korps aan te sturen.”
“De regering moet hierop krachtiger reageren. Er is een integrale aanpak nodig, maar de politieagent moet in de spits lopen en mag niet herleid worden tot een sociaal werker. De politie moet preventief en repressief optreden. De cel jeugdcriminaliteit moet voldoende uitgebouwd zijn en de recherche- en interventiecapaciteit moet groot genoeg zijn.”
“Op deze manier laat men de politie in de steek. Ze kan niet efficiënt werken door de houding van een aantal lokale potentaten en het feit dat opgepakte delinquenten telkens weer vrijkomen. Zero tolerance is geen wondermiddel, maar kan in specifieke omstandigheden tijdelijk nuttig kan zijn.”
“In Brussel is nood aan een justitie die kan garanderen dat wanneer iemand wordt opgepakt, hij ook veroordeeld wordt binnen een redelijke termijn en bij voldoende zwaarwichtige feiten van de straat wordt gehaald, in de gevangenis wordt gestopt of in een instelling wordt geplaatst. Zolang die garantie er niet is, is een nuloverlastbeleid ten dode opgeschreven.”
“Ik was verbouwereerd door de houding van Brusselse rechters in de media. Wanneer de politieke overheid vraagt om een tijdelijke maatregel van nuloverlast, zoeken zij redenen om daar niet op in te gaan. We beseffen onvoldoende hoe ernstig het probleem is, en niet enkel in Brussel.”
“Wat in Brussel, Molenbeek en Kuregem gebeurt, heeft onmiddellijk effect op Borgerhout, Hoboken, Nekkerspoel, Vilvoorde en Willebroek. Jongeren die in hun wijk niet geleerd hebben wat respect is voor het openbare domein en de medemens, zorgen in de zomerperiode elders voor problemen.”
“Welk krachtig signaal zal men geven aan die burgemeesters dat die attitude moet veranderen? Welke maatregelen kan men nemen tegen de rechters? Hoe kan men ervoor zorgen dat zero tolerance tijdelijk en gericht een effectieve maatregel wordt op het terrein? Hoe zal er voldoende opvangcapaciteit komen voor de delinquenten?”
“We kondigen aan dat we met nultolerantie gaan werken. Dat is een belangrijk signaal voor de delinquenten, de slachtoffers en de politiemensen op het terrein. Ik hoop dat de minister erin slaagt om de rechtbank in Brussel zover te krijgen dat dit ook wordt afgedwongen. Als de rechtbank niet volgt, komt men van de regen in de drop. Binnen een paar weken zullen we de gevolgen kunnen zien van de procedure en al een evaluatie kunnen maken.”
|